NL   /   EN

Team / Boekx Advocaten

publicatie / 10 juli 2015

Auteurscontractenrecht: wat verandert er voor de exploitant? (aktevereiste)

Op 1 juli 2015 is het auteurscontractenrecht in werking getreden. De nieuwe regeling is opgenomen in de Auteurswet (Aw) en is ook van toepassing op de Wet op de naburige rechten (WNR). Door deze regeling is de positie van de maker versterkt ten opzichte van de exploitant. Het auteurscontractenrecht roept rechten in het leven voor zowel makers (zoals schrijvers, regisseurs en kunstenaars), als voor uitvoerende kunstenaars (zoals acteurs, zangers en dansers). Deze personen kunnen zich op die rechten beroepen in hun relatie met exploitanten (zoals uitgevers, platenmaatschappijen en filmproducenten). Het auteurscontractenrecht heeft daarom ook ingrijpende gevolgen voor exploitanten. Daarom is het extra belangrijk dat partijen de afspraken zorgvuldig formuleren.

Wijzigingen

De maker is doorgaans afhankelijk van de exploitant om zijn of haar werk aan de man te brengen. Die afhankelijkheid geeft de maker een slechte onderhandelingspositie. Het auteurscontractenrecht probeert die machtsverhouding in evenwicht te brengen door onder andere:  

A. een aktevereiste;
B. het recht op een billijke vergoeding;
C. het recht op een aanvullende billijke vergoeding;
D. een non-usus regeling;
E. het aanmerken van een bepaalde contractuele bedingen als onredelijk bezwarend;
F. het filmauteursrecht en;
G. een geschillencommissie.

Wat betekent dit voor de exploitant?

Grenzen

Wat zijn de grenzen van de nieuwe regeling?

  1. Op of na 1 juli 2015
    Het auteurscontractenrecht is slechts van toepassing op exclusieve licenties die op of na 1 juli 2015 zijn gesloten. De nieuwe regeling geldt dus niet voor exclusieve licentieovereenkomsten die voor 1 juli 2015 zijn gesloten;
  2. Overeenkomsten tussen maker en exploitant
    Ten tweede zijn de nieuwe artikelen 25b tot en met h Aw slechts van toepassing op overeenkomsten die de verlening van exploitatiebevoegdheden als hoofddoel hebben. Kortom, overeenkomsten tussen maker en exploitant. Het geldt niet voor overeenkomsten die worden gesloten met een “eindgebruiker” die een licentie sluit over het eigen gebruik van een auteursrechtelijk werk;
  3. Dwingend recht
    De artikelen 25b tot en met 25h Aw zijn dwingend recht. Partijen kunnen het auteurscontractenrecht dus niet contractueel uitsluiten.

Ad A. Aktevereiste

Op grond van het nieuwe artikel 2 lid 3 Aw geldt een schriftelijkheidsvereiste. Het artikel vereist schriftelijke instemming voor de totstandkoming van een exclusieve licentie. De afspraen over exclusieve exploitatie moeten in een “akte”, een schriftelijk stuk ondertekend door de maker, worden vastgelegd. Partijen kunnen een een exclusieve licentie dus niet langer mondeling of zonder ondertekening door de maker sluiten. Een exclusieve licentieverlening door middel van per fax verzonden schriftelijk stuk of een stuk als bijlage bij een e-mail is bijvoorbeeld ook mogelijk, mits de stukken door de maker zijn ondertekend. Het schriftelijkheidsvereiste geldt slechts voor exclusieve licenties. Het vereiste geldt niet voor niet-exclusieve licenties. Partijen kunnen niet-exclusieve licenties dus nog steeds mondeling verlenen of door middel van een e-mailbericht.

Bewijs

Een beeldbank dient dus bijvoorbeeld bij het sluiten van een exclusieve licentieovereenkomst een ondertekend stuk in haar administratie te hebben. Het schriftelijke stuk is het bewijs dat de beeldbank de bevoegdheid heeft om een werk exclusief te exploiteren. Met dit stuk kan zij derden beletten dezelfde werken te exploiteren. Is er geen schriftelijk ondertekend stuk, dan heeft de maker de mogelijkheid om ongehinderd met andere partijen in zee te gaan. De maker hoeft zonder een dergelijk stuk geen rekening te houden met afspraken over exclusiviteit. Dergelijke afspraken zijn een lege huls. Bovendien heeft de maker de mogelijkheid om de licentie te vernietigen als een schriftelijk ondertekend stuk ontbreekt. Die vernietiging heeft het gevolg dat de licentie juridisch nooit heeft bestaan.

Praktijk

Stel, een fotograaf krijgt na het per e-mail maken van een afspraak met beeldbank X, een hogere vergoeding aangeboden van beeldbank Y. Die fotograaf heeft dan de mogelijkheid om de licentie met beeldbank X te vernietigen, en de voor hem of haar gunstige deal met beeldbank Y te sluiten. Deze handelswijze van de fotograaf is niet in strijd met de wet. Beeldbank X zou deze gang van zaken hebben kunnen voorkomen. Als beeldbank X haar afspraak met de fotograaf in een schriftelijk ondertekend stuk als bijlage aan de e-mail zou hebben gehecht, dan zou de vernietiging van de licentie door de fotograaf niet mogelijk zijn geweest. Een afspraak over exclusieve exploitatiebevoegdheden is namelijk pas rechtsgeldig als het schriftelijkheidsvereiste in acht is genomen.

Conclusie

Vanaf 1 juli 2015 moeten overeenkomsten tussen maker en exploitant die exploitatie als hoofddoel hebben en een exclusieve licentie omvatten, schriftelijk worden vastgelegd. Het is dus van belang dat een exclusieve licentie schriftelijk met ondertekening van de maker of uitvoerende kunstenaar tot stand komt. Als exploitant kunt u problemen voorkomen door het volgende te doen:

  • Zorg ervoor dat u afspraken over exclusieve exploitatie schriftelijk vastlegd;
  • Zorg ervoor dat ondertekening van licenties standaard praktijk wordt in de bedrijfsvoering;
  • Zorg ervoor dat bij afspraken over exclusieve exploitatie per e-mail, het door de maker ondertekende schriftelijke stuk aan die e-mail wordt gehecht.