NL   /   EN

Team / Boekx Advocaten

publicatie / 15 juli 2015

Auteurscontractenrecht: wat verandert er voor de exploitant? (de billijke vergoeding)

Ad B. De billijke vergoeding*

Op grond van de nieuwe regeling (artikel 25c lid 1 Auteurswet) bent u als exploitant verplicht om de maker een ‘billijke’ vergoeding te betalen als u met zijn of haar toestemming een auteursrechtelijk werk exploiteert. Voorheen hing het van de onderhandelingskills van partijen af of bijvoorbeeld een schrijver een redelijk bedrag ontving van de uitgever. De wetgever heeft aan die onzekerheid een einde gemaakt. Het recht op een billijke vergoeding is per 1 juli 2015 wettelijk verankerd.

De wet legt niet uit wat ‘billijk’ is. Het begrip is enigzins uitgelegd in de toelichting bij de wet. Uit die toelichting volgt dat de ‘billijkheid’ wordt bepaald door de aard en de omvang van de verleende exploitatiebevoegdheden, de marktverhoudingen en de exploitatierisico’s. Het is dus belangrijk dat de exploitant bij het vastellen van de hoogte van de vergoeding met die omstandigheden rekening houdt.

Het is aan partijen om over die hoogte overeenstemming te bereiken. Als een exploitant die omstandigheden buiten beschouwing laat, dan loopt hij of zij het risico dat de maker achteraf een hogere vergoeding zal afdwingen bij de rechter. De rechter zal dan (op basis van diezelfde omstandigheden) beslissen of de overeengekomen vergoeding daadwerkelijk billijk is. Als de rechter vaststelt dat die vergoeding onbillijk is, dan zal de exploitant de maker een hoger bedrag verschuldigd zijn dan partijen contractueel hebben afgesproken.

De wet biedt de mogelijkheid dat de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij algemene maatregel van bestuur (‘amvb’) de hoogte van de billijke vergoeding voor een specifieke branche en voor een bepaalde periode vaststelt (artikel 25c lid 2 Auteurswet). Deze vaststelling heeft vooralsnog niet plaatsgevonden. Als de minister besluit dit te doen, dan is hij op grond van de wet verplicht om daarbij rekening te houden met het belang van het behoud van de culturele diversiteit, de toegankelijkheid van cultuur, een doelstelling van sociaal beleid en het belang van de consument.

Conclusie

Als exploitant beperkt u het risico dat u door een maker wordt aangesproken door het contract te laten vastleggen dat bij de hoogte van de vergoeding de volgende omstandigheden zijn meegewogen:

  • de aard en de omvang van de verleende exploitatiebevoegdheden
  • de marktverhoudingen
  • de exploitatierisico’s

Als er desondanks een geschil rijst over de hoogte van die vergoeding, dan ligt de bal bij de maker om de ‘onbillijkheid’ van daarvan te bewijzen.

*Zie het weblog van 10 juli 2015 voor de introductie van deze reeks weblogs.