NL   /   EN

Team / Otto Volgenant

publicatie / 9 oktober 2015 / NU.nl

Otto Volgenant in artikel 'Inlichtingenwet Plasterk op losse schroeven na uitspraak Europees Hof'

Grondrecht

"Dit arrest gaat over uitwisseling van persoonlijke data naar de VS, én over het feit dat de geheime diensten toegang hebben tot die data. Mass surveillance is volgens het Hof in strijd met het grondrecht op privacy", stelt Volgenant tegen NU.nl.
"Als het aan Minister Plasterk ligt, mag al het internetverkeer ongericht worden onderschept. Dat voorstel kan de prullenbak in. Het arrest van het Hof van vandaag maakt duideljk dat dat niet kan", zegt hij.
In de nieuwe inlichtingenwet wordt het onderscheid tussen kabelgebonden en niet-kabelgebonden dataverkeer geschrapt. Nu mag alleen het niet-kabelgebonden verkeer, bijvoorbeeld via satellieten, ongericht worden onderschept. Plasterk wil dat de inlichtingendiensten die mogelijkheid ook krijgen voor 'gewoon' internetverkeer.

Toezicht

Ook Nico van Eijk, hoogleraar Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van het Instituut voor Informatierecht (IVIR), voorziet problemen voor de nieuwe wet van Plasterk. Hij voerde zelf een studie uit naar de eisen die nodig moeten zijn voor het toezicht op inlichtingendiensten.
"Mijns inziens is de uitspraak inderdaad ook relevant voor het Europese en nationale debat inzake nationale veiligheidsdiensten. Het is onvermijdelijk dat toezicht op nationale veiligheid aan dezelfde norm moet voldoen als nu door het Hof gesteld", zegt hij. Die norm legt forse beperkingen op aan het massaal verwerken van gegevens.

Meer beperkingen

Van Eijk verwacht dat er meer beperkingen komen voor het verzamelen van gegevens. "De uitspraak is ook in lijn met al eerder uitgezette lijnen in de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens." Het Hof behandelt nog verschillende andere zaken over massasuveillance en nationale veiligheid, en Van Eijk verwacht dat de rechtbank in die zaken dezelfde lijn zal volgen.
"Het arrest van het Hof maakt duidelijk dat massaal in de gaten houden van burgers niet kan", stelt Volgenant. "Ook de Nederlandse geheime diensten moeten rekening houden met de privacy van burgers."
Ook Max Schrems, de Oostenrijker die de zaak over het Safe Harbor-verdrag voor het Europees Hof bracht, lijkt te denken dat de uitspraak gevolgen heeft voor het doen en laten van inlichtingendiensten. In een rechtie op de uitspraak stelde Schrems dat dit niet alleen een veroordeling van Amerikaanse spionage was, maar ook een "mijlpaal voor grondwettelijke rechtszaken tegen vergelijkbare surveillance door EU-lidstaten".