NL   /   EN

Team / Otto Volgenant

publicatie / 7 maart 2013

Ruime uitleg journalistieke bronbescherming door Hoge Raad

Een gemeenteraadslid van de gemeente Arcen en Velden wordt door mede-bewoners van het appartementencomplex waar hij woont als ‘psychologisch terrorist’ betiteld. Dagblad De Limburger zet dat in de krant. Het gemeenteraad slid spant een procedure aan tegen het dagblad en de betrokken journalisten. Hij vordert van hen vergoeding van zijn immateriële schade ad € 10.000,=. Hij voelt zich door de betiteling ‘psychologisch terrorist’ in zijn persoonlijke integriteit aangetast.

De rechter vindt het van beslissend belang of het inderdaad zo was dat meerdere bewoners van het appartementencomplex hem ‘psychologisch terrorist’ noemden. De Limburger moet dit bewijzen en roept daartoe een medebewoner van het appartementencomplex op als getuige. Die verklaart dat inderdaad uitlatingen van die strekking zijn gedaan tijdens een bijeenkomst waarop hij, andere bewoners van het appartementencomplex en een journalist van De Limburger aanwezig waren. Dan wil het gemeenteraadslid natuurlijk weten wie dat dan precies gezegd hebben. De Limburger maakt daar bezwaar tegen. Als de getuige die namen zou noemen, zou dat leiden tot openbaarmaking van de bronnen waarop De Limburger zich had gebaseerd. De rechter oordeelt dat de getuige zelf geen verschoningsrecht heeft, hij is immers geen journalist. Maar als deze medebewoner de vraag van het gemeenteraadslid zou beantwoorden, zou dat er naar alle waarschijnlijkheid toe leiden dat de identiteit van de bronnen van De Limburger bekend worden. Hoewel deze identiteit dan niet zou zijn onthuld door de journalist, heeft het de facto toch bekend raken van de identiteit van de bronnen mogelijk een verkillend effect op de vrijheid van meningsuiting.

De Hoge Raad erkent dat het recht op bronbescherming zich uitstrekt tot het verhoren van getuigen. Het maakt daarbij niet uit door welke partij de getuige is opgeroepen. En het maakt ook niet uit of de getuige zelf...

Bekijk PDF